Middeleeuwen

De bouw van Loevestein

In 1361 laat ridder Dirc Loef van Horne een blokhuis bouwen op de strategische plaats waar Maas en Waal samenkomen. Dirc Loef begint met een simpele toren (het blokhuis), maar al snel – binnen 10 jaar – bouwt hij Loevestein uit tot een heus kasteel: het stenen huis van Loef. Dirc’s leenheer, de machtige graaf van Holland, laat zijn oog vallen op het imposante bouwwerk op de grens van Holland en Gelre. Zo’n belangrijk kasteel op de grens van zijn graafschap wil hij zelf bezitten. Holland en Gelre verkeren immers regelmatig in oorlog! En Slot Loevestein is een klein stukje Holland omgeven door Gelders gebied. Vanaf 1372 is Loevestein inderdaad in grafelijke handen. In Loevestein wonen dan geen ridders meer, maar kasteleins: in opdracht van de graaf van Holland.

Een belegering

In de middeleeuwen wordt Loevestein één keer belegerd, nota bene door Hollandse troepen! Bruijsten van Herwijnen is kastelein van Loevestein, maar hij heeft nog veel meer belangrijke functies. Bruijsten wordt ervan beschuldigd dat hij een van zijn ambten heeft misbruikt voor zelfverrijking. Hij wordt schuldig bevonden aan de aanklachten, uit zijn ambten gezet en in gijzeling genomen. Sluw weet hij te ontsnappen naar Loevestein, waar hij troepen verzamelt: zo’n 90 man. Een deel van zijn manschappen stroopt de omgeving af op zoek naar proviand en munitie. De Hollandse graaf kan dit niet over zijn kant laten gaan en hij stuurt zijn zoon Willem van Oostervant met een leger naar Loevestein. Op 5 april 1397 liggen de troepen van Willem van Oostervant voor Loevestein. Het beleg wordt georganiseerd vanuit het Gelderse Munnikenland, mét toestemming van Gelre. Wel sturen ze waarnemers om toe te zien of de afspraken worden nageleefd. Willem is van plan de zaak snel op te lossen en laat een grafelijke blijde, een werpgeschut, uit Schiedam aanrukken. Uit Dordrecht komt een donderbus. Na een beleg van 2 weken vallen er gaten in de muren van de voorburcht. Op 19 april wordt na aanhoudende zware beschietingen de voorburcht ingenomen. Een toren stort in en een deel van de ringmuur wordt meegenomen in de val. Een kogel uit het Dordtse kanon raakt een hooiberg, die in brand vliegt. Er ontstaat paniek, want daar lagen nu net de gewonden. De belegerden trekken zich terug in het kasteel. De belegeraars beschieten ‘het hoge huis’ continu met pijlen, zodat de verdedigers geen kant meer op kunnen. De 20e geven zij zich over. Bruijsten is nergens te bekennen: hij is gevlucht…